Bericht toevoegen

TYPISCHE TYPETJES E-mail
Geschreven door dave   
Trainers zien graag spelers met ‘individuele kwaliteiten’. Een voetballer die ‘net dat beetje extra’ brengt. De gevallen waarbij dat inderdaad zo is staan onder contract bij Real Madrid en Chelsea. In alle andere gevallen (lees: in het amateurvoetbal) wordt een ploeg echter gevormd door standaardtypes. Je kunt elftallen naast elkaar leggen en alle posities zijn ingevuld door archetypes. Niet helemaal onlogisch, aangezien het handig is als een aanvaller af en toe een doelpuntje maakt en in het dagelijkse leven is het net zo: een politieagent moet je geen bank laten leiden. Het is ook altijd 4-3-3. In de klassen lager als de 1ste klas  kun je niet met 4-4-2 aankomen, dan moeten voetballers nadenken en wordt het helemaal een puinhoop en dat geconstateerd hebbende is het simpel de plaatjes inkleuren. De keeper: Keepers zijn niet goed snik. Eenlingen die voor en tijdens de wedstrijd hun eigen feestje vieren. Ze moeten ingeschoten worden, bij een tegendoelpunt wordt de halve defensie stijf gevloekt omdat er weer niet goed gedekt werd en er is altijd gedoe met handschoenen. Ze pakken geen bal, maar de handschoenen zijn om de vier weken tot de draad versleten. Waarschijnlijk vanwege het dwangneurotisch rukken (met die handschoenen is het net of een ander het doet), maar als je dat zegt krijg je een knal voor je kop. De laatste man: Rustige jongen. Logisch, want hij heeft zowat het hele veld voor zich. Als je hem in het feestgewoel op het middenveld zet, gedraagt ie zich ook als een kip zonder kop. Technisch goed, inzicht goed, eigenlijk niet veel op aan te merken. Alleen een beetje lui. Af en toe een slippertje. Kan goed overweg met de vrouw van de trainer. Voorstopper: Die zaag je gewoon uit een boom, voetbalschoenen er onder en klaar. Drinkt zijn bier het liefst uit een emmer, laat vervolgens een boer van een minuut en als hij in de kantine een broodje hamburger bestelt, vraagt de beheerster: ‘moet ik hem nog even in het vet gooien of eet je hem rauw op?’ De backs: Een Maldini, een Junior of een Marinho Chagas zijn uitzonderingen. De eerste prioriteit is verdedigen. Bij de rechtsback zit het linkerbeen na afloop onder de modder en bij de linksback zit het rechterbeen na afloop onder de modder. Vaste plek in een hoek van de kleedkamer. Min of meer ‘zekerheidjes’, al wordt opvallend vaak vanaf de kant geschreeuwd: ‘Niet aan de buitenkant dekken!’ De rechtermiddenvelder: Altijd een type Dickie Schoenaker. Balvast, groot loopvermogen, kan uitdelen en incasseren en heeft alles wat een voetballer compleet maakt. Ligt goed in de groep, omdat ie nooit iemand in de zeik zet. Buiten het veld gewoontjes, op het kleurloze af. Frezer in een machinefabriek en zijn gezin is zijn hobby. Opel Astra en altijd dezelfde camping in Appelscha. Leest soms een Dan Brown. De centrale middenvelder: Ik wil nummer 10, ik ben aanvoerder, ik neem alle vrije trappen en corners, ik zet de lijnen uit en ik neem alle penalty’s en ik zet iedereen vrij voor het doel. En als er iets is, jongens: ik praat met de scheids. Mooie jongen. Ridge Forrester van The Bold and the Beautiful. Regelt veel omdat de rest dat wel zo gemakkelijk vindt. Verzamelt na afloop het geld voor het kratje bier. Denkt ook om de spelersvrouwen (‘wat willen jullie drinken, dames?’). De linkermiddenvelder: Anders dan de rechtsmidden. Grilliger. Speelt soms zomaar een half uur heel dicht bij de eigen verdediging of duikt ineens aan de rechterkant op. Doet af en toe gekke dingen met dat linkerbeen. Heeft best wel aandacht nodig. Is na opstootjes meestal degene die een rode kaart krijgt. Rechtsbuiten: Ook niet echt een swingende jongen. Dat zit waarschijnlijk in die rechterkant. De passeerbewegingen zijn eerder degelijk dan briljant. Tenue perfect in orde en buiten het veld gekleed volgens de laatste mode. Beetje een trutje. Spits: Meeverdedigen snapt hij niet. Soms doet ie een poging om een breedtepass tussen back en laatste man te onderscheppen, maar alleen omdat ie dan in een keer op het doel af kan. Is bij nederlagen als eerste de lul, omdat hij die ballen er niet in knalt. Doet het eigenlijk nooit goed. Als hij scoort dan ‘werd dat ook weer eens tijd’ en als hij niet scoort kan hij er niks van. Linksbuiten: Werkelijk geen land mee te bezeilen. Wil niet voor of achteruit. De trainer gaat al lang geen gesprekken meer met hem aan. Kan echter een moeilijke wedstrijd uit het niets beslissen, met een strak schot in de bovenhoek, nadat hij als een schaatsenrijder met zes dubbele scharen drie man in de luren legde, nog eens drie man tegenkwam, zichzelf vastdraaide en in paniek maar op doel schoot. Probleem met de linksbuiten is dan dat hij vervolgens bij elke volgende bal die actie wil herhalen.  
 
Volgende >